Een uitverkochte Tor-avond die volgens Willem Habers misschien wel eens het hoogtepunt van deze seizoenshelft van Jazzpodium de Tor kon worden: de cd-presentatie van Meant for You (2), het nieuwe album van Gerlo Hesselink. Hesselink maakt hiermee samen met zijn vertrouwde kwartet het vervolg op Meant for You, een album dat in 2022 werd uitgebracht. Deze cd’s zijn gemaakt naar aanleiding van het overlijden van Jan, de zoon van Gerlo en zijn vrouw Esther Hesselink. Samen zorgden ze ervoor dat beide albums tot stand kwamen door teksten en gedichten te schrijven en daarop gebaseerd verschillende stukken te componeren. Met trots kijken ze terug op het album.
Het eerste stuk van de avond is New Year, een stuk geschreven door Pat Metheny, dat al verscheen op het eerste album. Het is een gevoelig stuk met een goeie groove. Bassist Johan Plomp mag als eerste van de avond soleren. Natuurlijk speelt ook Hesselink een solo, zijn virtuositeit en lyrische lijnen springen er gelijk bovenuit. Ook pianist Dirk Balthaus laat een fijne solo horen.
Vanaf het tweede nummer wordt telkens eerst door Esther Hesselink een tekst voorgelezen die ze heeft geschreven over verschillende dingen in het leven na het overlijden van Jan. Gerlo Hesselink schreef op basis van deze tekst het lied Romy. Ook wordt vanaf dit nummer het kwartet versterkt door zangeres Florieke de Geus (artiestennaam Flora de Geus) en ruilt Hesselink zijn altsax in voor zijn altfluit. Zijn fantastische sound en de heldere stem van De Geus mengen erg fraai.
In het volgende stuk Wiet Tattoo valt vooral het mooie samenspel op. Drummer Joost Kesselaar zorgt er met zijn brushes voor dat hij goed mengt in de gehele sound en je kan horen dat hij zijn spel aanpast aan het spel van de solist, door mee te gaan met bijvoorbeeld de intensiteit van de solist.
Later horen we het nummer Meant for You too, een nummer dat Gerlo Hesselink heeft geschreven voor zijn vrouw. Het is een lyrisch nummer; Hesselink lijkt het thema haast te zingen op zijn altsaxofoon. De Geus zingt de emotionele tekst erg gevoelig. Plomp en Hesselink blinken beiden uit met solo’s van grote klasse. “Hij zegt niet vaak iets, maar als je dit krijgt, kun je weer 30 jaar vooruit” vertelt Esther Hesselink aan het eind van het nummer.
Na het nummer Groep, een fijn uptempo nummer zit het repertoire van het album erop. Daar neemt de uitverkochte Tor-zaal natuurlijk geen genoegen mee, dus wordt de avond afgesloten met een van de bekendste nummers van het eerste album, Song for Jan.
Of deze avond uiteindelijk echt het hoogtepunt van deze seizoenshelft wordt, kunnen we eigenlijk pas over een paar maanden zeggen. Maar dat dit muzikale eerbetoon door Gerlo en Esther Hesselink aanspraak maakt op deze titel, is volgens mij geen twijfel meer.
Trombone, saxofoon, gitaar, gespeeld door Ilja Reijngoud, Tineke Postma en Ed Verhoeff. Niet zo’n alledaagse combinatie, maar waar toch een goed gevulde Tor zich op vrijdag 27 september 2024 toe aangetrokken voelde. Geafficheerd als de ‘The Art of Two’ (het duo Reijngoud en Verhoeff), aangevuld met Tineke Postma. Een beetje een omweg, want als trio staan ze in deze samenstelling bepaald niet voor het eerst op de planken. Het vertrekpunt-met-twee zat ‘m vermoedelijk in de EP die beide heren vorig jaar uitbrachten met vijf (vier) stukken uit ‘het Dutch Real Book’.

Reijngoud, Postma, Verhoeff
Het Dutch Real Book. Reijngoud peilde in zijn opening het publiek of hen dat wellicht wat zei. Nee, niet echt zo bleek. Voor wie minder vertrouwd is met de praktijk van de (jazz-)muziekbeoefening daarom: het fenomeen Real Book is iets dat stamt uit de jaren ’70. Naar men zegt twee studenten, van gitarist Pat Methenu en vibrafonist Gary Burton, aan het Berklee College of Music in Boston begonnen bladmuziek van bekende en minder bekende jazzstukken te verzamelen en te bundelen. Die praktijk bestond al sinds de jaren ’20, toen muzikanten bij gebrek aan (dure) originele versies van de componisten, de jazzmuziek zelf begonnen uit te schrijven. Fake books, noemde men dat. Van de jazz sinds de jaren ’50 was er wel veel beschikbaar maar vooral in veel verschillende varianten. Als we daar nu eens wat ordening in brengen, zo was de gedachte, dan vergemakkelijkt dat het samenspelen, dan hebben we het in het studielokaal en op het podium over hetzelfde. Die stapels bladmuziek gingen door het universiteitskopieerapparaat en werden in een dikke ringband aan de medestudenten verkocht. Onder de naam ‘Real Book’. Met dezelfde bladzij-nummering uitgegeven in verschillende toonsoorten, voor instrumenten met een andere stemming.
Hartstikke clandestien en illegaal, in voorbijgaan aan alle auteursrechten. Zo bleven de Real books jarenlang obscure, maar zeer handige hebbedingen. Ik kocht begin jaren ’90 mijn eerste Real book bij de gerenommeerde Sam Ash Musicstore in New York, toen nog gevestigd op de hoek van de 48ste Street en Broadway. Min of meer stiekem, vanuit een opslaghok achter de toonbank en ver van de schappen met officiële bladmuziek. In een bruine zak, alsof het clandestiene alcohol was. Maakte het wel extra spannend. Toch ging die status er snel vanaf, zeker toen uitgever Hal Leonard zich begin deze eeuw over de collectie ontfermde en deze officieel, voor zover mogelijk met in achtneming van alle auteursrechten, begon uit te geven. De Real books waren nu ‘echt’ en werden de standaard voor veel beoefenaars van jazzmuziek. Het vormde in elk geval een uitgebreide verzameling van zo’n 1.000 jazzstukken, een beetje de belichaming ook van het American Songbook.
Na die standaardisatie ontstonden spontaan allerlei varianten, zoals een Bossa-book, een Christmassong-book, maar dus ook een Dutch Real Book (zo ook een Brabantse variant, een Limburg-Edition, en veel meer). Een dikke tien jaar geleden verscheen vanuit het Amsterdamse het NL-Realbook, met zo’n vijftigtal composities van NL-bodem. Eigenlijk een best bonte verzameling, maar dat is in de echte Real boeken niet anders. In hun voorwoord schrijven de makers dat het boek in ontwikkeling blijft, maar bij mijn weten is het bij een eerste druk gebleven.
Ach, wat een woorden (maar het verhaal is eigenlijk zo bijzonder en belangrijk voor de jazzpraktijk) maar nog bijna niets geschreven over het concert. Welnu, op twee stukken na werd er NL-werk gespeeld, het meeste inderdaad uit het Dutch Real Book, aangevuld met eigen composities van de muzikanten op het podium.

Ilja Reijngoud, trombone
De onbekendheid met de meeste van die stukken – zelfs Dag, Schatteboutje (… dag, aardig vrouwtje, een Ramblers-hit uit de jaren ’40, was stevig onderhanden genomen. De in onze oren van nu wat tuttig aandoende vrolijke huppelswing was er in elk geval zeker vanaf), maakte dat de luisteraar op voorhand niet al te veel aanknopingspunten had met wat er komen ging. Gewoon luisteren naar wat er op je afkomt, het nemen zoals het gebracht wordt, weinig plek voor het comfortabel wegstoppen in hokjes van het vertrouwde. Waarbij je het ook nog eens had te doen met twee, soms drie, solisten zonder de leidraad van piano, bas of drums.
Avontuur van klanken dus. Waarbij de gitaar het meeste van de structuur liet horen. De klank en de volgorde van de akkoorden viel daardoor misschien nog wel extra op vergeleken bij een meer vertrouwde bezetting. Even zoeken naar en wennen aan dat klankbeeld, maar dan is er volop ruimte om het geheel in het oor een plek te geven.

Tineke Postma, sopraan/altsax
Fantastische watervallen van noten door trombonist Ilja Reijngoud, technische hoogstandjes maar wel steeds passend in het verhaal, even indrukwekkend als onderhoudend.
Tineke Postma speelde in hoofdzaak sopraansax, af en toe de alt. Maar op beide instrumenten klonk het vakmanschap overtuigend door. Goede wijn … Bij de toch wat zwaardere trombone-, en de elektrische gitaarklanken kon de sopraan jubelend met haar boodschap aan de haal gaan. Haar altklank was echt Postma, al deed die mij soms ook denken aan, ik durf het nauwelijks te zeggen, PD. Dus mooi was het.

Ed Verhoeff, gitaar
Als aangegeven, gitarist Ed Verhoeff vormde vaak een prettig houvast in het geheel met strak, ondersteunend en stuwend begeleidingswerk. Zijn solo’s waren onvermijdelijk wel heel solo, maar dat deed niet af aan de zeggingskracht.
Al met al, een minder gangbaar jazzensemble op het podium, maar aan improvisatie geen gebrek, zonder dat het ooit op hol sloeg of uitmondde in een klankenrijstebrij. Voor wie het allemaal wat erg ver weg van het vertrouwde was, moet de schoonheid van Rogier van Otterloos ‘Dat mistige rooie beest’ toch geholpen hebben ook van het overige te genieten.
Het was anders, maar het beluisteren meer dan waard.
Vrijdag 20 september 2024. Een uitzonderlijk zomerse atmosfeer nodigt uit om de avondlang buiten te blijven. Om rond te slenteren door de Walstraat, langs eettentjes met de deuren en de ramen los, over de Oude Markt te gaan waar geen terrasstoel vrij is. Het lijkt of de mensheid zich hier verzameld heeft en van plan is er met z’n allen een fantastische avond van te maken. Zonde om je van al deze bijna buitenlands aandoende feestelijkheid af te keren.

Maar stick to the plan, op naar het Tor-lokaal. Je zou denken dat er geen mensen meer over zijn, maar integendeel, een uitverkocht huis, tot de laatste plek bezet, afgekomen op drie in het Enschedese getogen muzikanten, twintig jaar geleden op het conservatorium aldaar afgestudeerd en sindsdien verbonden gebleven door hun onderscheiden project “Robinson, Freitag & Caruso”. De namen van de mannen daarachter zijn Christoph Mac-Carty (piano), Uli Wentzlaff-Eggebert (bas) en Yonga Sun (drums). Spelend met een instrumentatie die in de jazztraditie wel wordt aangeduid als een pianotrio, maar daarmee sla je de verrichtingen van dit trio wel heel erg plat.
Wat deze warme avond ten gehore werd gebracht was één groot avontuur van drie meesters op hun instrument, met elkaar op pad om een aantal muzikale verhalen te gaan vertellen. Zeven verhaaltjes in muziek voor de pauze, en zeven of zo erna. Alle eigen composities, op eentje na, die was ontleend aan een klassiek muziekstuk. Met veelal mysterieuze titels, die associeerden met gedachten van de makers, maar het mocht ook anders. Kunst hoeft niet altijd uitgelegd te worden, onderga het nou maar gewoon. Toch? Zo werden op basis van die thema’s zo’n vijftien mozaïekjes bij elkaar gespeeld die tot het laatst toe onderhielden, inspireerden, verrasten, gewoon heel blij maakten. Nooit een gevoel van ‘nou weet ik het wel’, de mannen bedienden zich bepaald niet van een maniertje, een vast stramien of genre. De liedjes waren beslist niet zomaar wat uit de losse pols. Uitgebreid uitgeschreven bladmuziek was steeds de basis. Ook in het samenspel klonk het doordacht en zeer geoefend. In elk stuk zaten wel goed op elkaar ingespeelde patronen en het was verrassend hoe de werkjes vaak zeer onverwacht, onvoorspelbaar, maar wel spatgelijk tot een einde kwamen. Vaak heel geestig ook. Dit gezelschap kent elkaar door en door, en speelt op basis van onberispelijke techniek vooral op de oren. Anders gezegd: intelligent samenspel, smaakvol en vol variatie. Verdere waarnemingen (willekeurig en een kwestie van smaak natuurlijk): aangename afwisseling van tempi en maatsoorten, mooi gestreken baswerk, dromerig, funky, friemelgeluidjes en effecten met allerhande slagwerkvoorwerpen (zonder dat het kitscherig werd), verstild, opwindend, grappig (zoals collectieve zang of uitroepen – ‘Rasputin!!!’), kortom tot de laatste minuut aangenaam en onderhoudend.
By the way, waarom die naam van het trio trouwens? “Robinson, Freitag & Caruso”, hoe waren ze daaraan gekomen? Hoewel de heren echt moeite deden uit te leggen hoe het trio was ontstaan en Daniel Defoe’s roman Robinson Crusoë hen had geïnspireerd, dat ze Crusoë hadden ingeruild voor operazanger Caruso, werd het verhaal steeds fantasierijker. Zo moest dat eigenlijk maar blijven – net zoals hun muziek. Het is de fantasie, de verbeelding, die moet blijven hangen.
Buiten leek de broeierige zomeravondsfeer ineens hard en plat. Hoe anders kon het ook zijn!
Alweer het tweede concert van het nieuwe jazz-seizoen bij Jazzpodium de Tor, net als bij het openingsconcert in “overdwars-opstelling”. De datum was lange tijd “vacant”, maar niemand minder dan Josee Koning was bereid dit gaatje in het programma op te vullen. Zij stond in het “balboekje” van huisbassist Ruud Ouwehand, die op deze avond ook speelde en de zangeres nam een topgitarist mee: Daniel de Moraes.
Dit instrumentale tweetal bracht een originele opening: (lees verder:)
Het openingsconcert kende een opmerkelijke invulling: het raakvlak tussen Indiase muziek en jazz. Wie had verwacht dat dit de jazzpuristen zou afschrikken, zat er lelijk naast, want het was behoorlijk volle bak, zodat de “overdwars-opstelling” achteraf een onderschatting zou blijken.
Deze vorm van crossover is redelijk zeldzaam op dit podium. De enige keer die ik mij kan herinneren was het concert van het Matangi Quartet in 2017, toen niet eens met sitar, maar met een Indiase viool en andere strijkinstrumenten. Nu was het Indiase gehalte hoger, met een sitar, op waarlijk acrobatische wijze bespeeld door Deobrat Mishra en zijn neef Prashant, tovenaar op de tabla. Het meest westerse geluid kwam van saxofonist en -op een enkele traditional na- componist Roger Hanschel. De grootste gemene deler van jazz (lees verder:)
Heel voorzichtig had John Hondorp (verantwoordelijk voor menig te horen arrangement) aangeklopt bij de verantwoordelijken voor de planning, met het voorstel nog een extra concert te plakken aan het seizoen 2023-2024, gefocust op vocale jazz. Het voorstel werd direct omarmt en zo stonden er vrijdagavond twee vocale groepen en een instrumentaal trio gereed om er een mooie avond van te maken. De zaal was goeddeels gevuld en (instrumentaal) trio Mosaic mocht het spits afbijten. De naam K3 schijnt al geclaimd te zijn, of men is bang (lees verder:)