Laat Kerst nu maar komen

Laat Kerst nu maar komen

Al in 2016 trakteerde Joris Bolhaar de trouwe Tor-gangers op kerstrepertoire, hoewel toen nog aangevuld met een vijftal overige deunen. Ook 2017 was nog niet 100% advent, maar vanaf 2018 is de traditie volledig gericht op het op de hak nemen van kerstrepertoire, zij het wreed onderbroken in de jaren 2020 en 2021. Zie ook: 2022 en 2023. Dan wordt het lastig om anno 2024 een geheel nieuw programma voor te schotelen. Nu zijt wellekome is een bijna jaarlijks terugkerende klassieker, evenals It’s beginning to look a lot like Christmas. Toch meende ik enkele premières op te mogen tekenen: The Christmas waltz en Last Christmas. Van dit laatstgenoemde lied liet Bolhaar amper een spaan heel…

Turks en gemengd fruit

Turks en gemengd fruit

Wanneer ik u vraag: noem mij eens twintig jazzpianisten of jazzsaxofonisten, dan somt u moeiteloos een heel rijtje op. Maar vraag ik u: noem mij eens vijf jazzmondharmonicaspelers, dan blijft u vrijwel zeker bij twee steken: Jean Toots Thielemans en Hermine Deurloo. De eerste is helaas niet meer onder ons, maar gelukkig stond de tweede vrijdag jl. in de Tor, waar zij samen met pianist Mike del Ferro (in stemmige kersttrui), the one and only bassist Ruud Ouwehand en de oud-Bornse drummer Roy Dackus een even smaakvol als uitbundig optreden verzorgde.
Gelukkig dus, zij was er weer. Toen ik haar zag gingen mijn gedachten terug naar 6 januari 2017 toen zij met zanger Humphrey Campbell ook in de Tor stond, met verder pianist Karel Boehlee en ook Ruud Ouwehand.

Heerlijk avondje… jazz

Heerlijk avondje… jazz

Zoals menige poging mislukte om de vier Beatles na 1970 bijeen te brengen, zo was het tot dusverre nog niet gelukt om Van Bavel, Ouwehand en Engels het podium te laten delen, vanaf datzelfde jaar. De vergelijking gaat mank, want Van Bavel was amper 5, Ouwehand toch al wel 12, terwijl Engels in dat jaar al 35 kaarsjes mocht uitblazen, maar na 1980 had het misschien wél gekund, in tegenstelling tot de Fab Four. Alweer werd er naarstig gespeurd in de Kroniek en net als twee weken daarvoor (lees verder:)

Er hing iets in de lucht

Er hing iets in de lucht

Enkele jaren geleden hoorde en zag ik voor de eerste keer een optreden van het Jazzkoor Enschede. Ik vond het ‘wel aardig’. Dus toen ik vrijdagavond onderweg was naar De Tor had ik niet iets van ‘vol verwachting klopt mijn hart’, maar meer van ‘just another day at the office’.

Laat ik mij nou volledig vergist hebben. Direct bij binnenkomst voelde ik dat er iets in de lucht hing, dat er iets vibreerde. De sfeer was ontspannend, het verwachtingspatroon was hoog, de zaal had er zin in.

Het koor had er ook zin in, meer dan dat, het barstte van de zin. Wat een spirit, wat een harmonie.

Hollander steel(t) drummend de show

Hollander steel(t) drummend de show

Zelfs na het uitgebreid doorspitten van de Jazzkroniek de Tor was nergens een aanwijzing te vinden dat op dit podium ooit een steeldrum bespeeld was. Een première dus en dat na bijna 55 jaren Tor! Ook zette de achternaam van de bandleider (Hollander) menigeen op het verkeerde been. Zoals John Engels evenmin de Engelse nationaliteit heeft als Frans Duijts een Franse noch Duitse, bleek Rick Hollander geen Hollander, maar een rasechte Amerikaan te zijn, met hooguit Hongaarse voorouders, aldus een van zijn humoristisch getinte toelichtingen.
De gespeelde stukken werden gekenmerkt door thema en variaties. Het thema werd vocaal ingeleid (lees verder:)

Jam-session voor gevorderden

Jam-session voor gevorderden

Tor-vrijdag 15 november 2024 op het podium: Raimund Moritz – saxofoon, Joe Dinkelbach – piano, Ruud Ouwehand – bas, Sebastian Netta – drums.
Ver voorbij de aanmoediging ‘Rap op hoes an’ op de Grolsch-gevel langs de E-35 (voor mij zou ‘op hoes opan’ vertrouwder klinken) spookt de uitsmijtende tune nog door mijn hoofd: Mo’ Better Blues. Het was de passende afsluiting van een ontspannen avondje met een kwartet muzikale vrienden uit hun Hilversumse conservatoriumtijd van veertig jaar terug. Voor de gelegenheid geafficheerd als “Old Friendship never dies…”.

Meestal tref je hechter samenspelende formaties, vaak ook met een of meer cd’s op hun naam, op het podium. Met min of meer gearrangeerd repertoire, hoorbaar op elkaar ingespeeld. Deze avond betrof het een viertal ervaren en bedreven muzikanten dat voor de gelegenheid van een korte tour door Duitsland, samenkwam. De aftrap in de Tor, bedongen door de bassist van dienst.
Een play list afgesproken, instrumenten opgesteld, gauw nog wat eten en daar gingen ze.
Thema, improvisaties – bij voorkeur van allen – thema en op naar het volgende nummer. Dat klinkt misschien wat plat en simpel, maar het resultaat was zeker ontspannen en toegankelijk.

Om te beginnen de zo soepel spelende ritmesectie met de vette en stuwende bas van Ruud Ouwehand en het vrolijke attente spel van slagwerker Sebastian Netta. De kwalificatie vrolijk kan overigens ook zijn ingegeven door zijn verschijning: hij had zichtbaar zo veel plezier in zijn werk. Op een soort camping-drumstel, kennelijk uitgevoerd om veel mee op reis te zijn. Maar het klonk prima, de toms en zelfs die wel heel smalle base drum, die deden niet onder voor veel dikkere broers.
Op piano de veelzijdige Joe Dinkelbach, die met zicht- en hoorbaar gemak door het meer toegankelijke piano-idioom heen speelde. Niet ingewikkeld, wel vaardig, swingend, funky, noem maar op. Kortom, gewoon lekker.
Ook tenorist Raimund Moritz wist raad op zijn instrument. Goed te volgen improvisaties, soms even zoekend hoe het in dit nummer ook weer zat, maar bovenal verzorgd en gevarieerd spelend. Daar kom je luisterend de avond goed mee door.

Voor de pauze vijf stukken, te beginnen met een up-tempo South of the border. Vanaf nummertje twee, Adderleys Wabash, hadden ze de groove echt te pakken. Met weer zo’n leuke citaten-solo van de bassist: tel de verschillende thema’s die je terughoort. Als nummer drie een Moritz-compositie Bird’s Waltz, en vervolgens twee standards, Chelsey Bridge met een mooie verstilde pianosolo en tot slot voor de pauze een zeer relaxt uitgevoerde Midnight Voyage.
De tweede helft ook weer vijf stukken, meer funky, achtsten-tempi, vrolijke boel. Met weer eigen werk van Moritz (Where it belongs) en nu ook van de drummer, Big Smile – hoe toepasselijk!
Petersons Hyme to Freedom was een duidelijke feature voor de pianist. Het clubje moest hier z’n weg wat in vinden en het ging wat moeizaam er een helder slot aan te breien. Was dat erg? Nee, integendeel; het was spontaan muziekmaken en samen in deze combinatie zoeken naar de meest passende interpretatie. Waardering alom. Zo ook voor het laatste nummer, Fast Lane, in up-tempo en een enthousiast meeklappend gehoor. Een paar stukjes terugluisterend deed me de sfeer denken aan wat je op de live-lp’s van Cannonball hoort, er een lekker luisterfeestje van maken.
De toegift moest ter plekke gekozen worden. Even de koppen bij elkaar, zacht voorzingend om welk nummer het zou moeten gaan, het werd, als al aangegeven, Mo’ Better Blues, een aanstekelijk thema’tje uit de gelijknamige speelfilm, funky, gospelelementen, uiteindelijk spontaan opgaand in Mercy, mercy, mercy.
Kortom, een ontspannen avondje jazzimprovisatie. Zo kun je het weekend in!

PS
Mo’ Better Blues naderhand op YouTube terugzoekend viel mijn oog ook op een 10 minuten filmpje van Nina Simone met David Bowie en Janis Joplin. Laatstgenoemden komen er geheel niet op voor, maar wel een schitterende ballad van Simone. Ook een aanrader!