Hoe vier je de start van vijftig jaar Jazzpodium de Tor op een andere locatie? Nou, gewoon door een dreamteam te laten optreden in het Mystiek Theater. En wie kun je daar beter voor vragen dan de nestor van de vaderlandse jazz: de 90-jarige Ack van Rooyen? In een uitverkocht huis hebben de bezoekers het ervaren: een avondje onvervalste en super-relaxte jazz, met Ack van Rooyen aan het hoofd, samen met zijn onafscheidelijke bugel. En hij wierp zich ook nog eens op als opperstalmeester en entertainer. Als service had pianist Jurai Stanik mij al vooraf de set-list aangereikt, dit keer zelfs compleet met de toonsoorten van alle nummers.

Na het openingsnummer Canter 10 van Kenny Wheeler kwam meteen al een kraker in de vorm van The touch of your lips, maar nu niet á la Chet Baker, maar in een swingende modus, met Jurai Stanik in een hoofdrol op de elektrische piano. Tussen twee haakjes: je kunt nog zo briljant en uitdagend spelen, en dat kan Stanik, maar er gaat toch niets boven het geluid van de eigen Tor-vleugel (die na twintig jaar in de revisie zit).

Er zouden later nog twee standards volgen, telkens met één blazer: Peter Peuker op tenorsaxofoon in Body and soul, en Ack van Rooyen in My one and only love. Dit zijn normaal al nummers om tranen in je ogen te krijgen, maar hun beider interpretaties veroorzaakten bijna een complete huilbui, of een aards tranendal zo u wilt. Aan het einde van de eerste set kondigde Ack van Rooyen het mij onbekende nummer Spladam aan, met de toevoeging “dan kan drummer Wim Kegel eens flink uitpakken”. Wat Ruud Ouwehand de opmerking ontlokte: “dan kunnen wij wel vast inpakken”.

Na de pauze eerst een twee-in-één uitvoering Smile/My ideal, waarna het publiek werd uitgenodigd in Scale mee te neuriën in c. Dat had beter gekund, getuige het wat zuinige mondje van Van Rooyen. Things we did last summer kwam ook nog langs, gevolgd door de in Torkringen allang tot standard uitgeroepen La Waltz 2 3 van bassist Ruud Ouwehand.

En na de aan de Tweede Kamer opgedragen swingende The Hague shuffle gingen we met z’n allen de kille Enschedese herfstnacht in. Maar het gloedvolle spel van het kwintet had ons daar al ruim voldoende tegen gewapend.

Foto’s: PimKroeze