
Zelf was ik in die tijd nog zoekende naar welke jazzstijl nou eigenlijk mijn voorkeur zou uitgaan. Voorlopig vond ik alles wel mooi: Ella Fitzgerald met haar beroemde versie van ‘I can’t give you’, maar ook de popi dixieland van Acker Bilk met ‘Summerset’. Van eigen bodem luisterde ik graag naar de Dutch Swing College en de Down Town Jazzband. Enkele maanden voor het optreden van Armstrong was aan de andere kant van de oceaan ‘Kind of Blue’ verschenen, maar het heeft nog jaren geduurd voordat ik die muziek voor het eerst hoorde. Wel had een kennis uit de States mij een exemplaar van Relaxin’ van Miles Davis meegebracht. Die muziek vond ik erg ‘cool’, al gebruikten we die term nog niet zo vaak als tegenwoordig.

In hetzelfde najaar van 1960 trouwden Pim Jacobs en Rita Reys, onder gelijktijdige lancering van hun LP ‘Marriage in Modern Jazz’. De aanschaf daarvan moet een flink gat geslagen hebben in het zakgeld van een 16-jarige, maar heeft zich meervoudig uitbetaald. Ik heb de plaat eindeloos gedraaid en ken alle twaalf nummers nog noot voor noot. Tot verdriet van mijn moeder, die telkens vroeg of dat ‘aanstellerige mens met haar bekakte stem’ kon worden afgezet.
Maar nog meer indruk op mij maakte in die tijd de muziek van een mij totaal onbekende pianist, die ik bij toeval tijdens een schoolweekje Parijs tegenkwam, omdat overal aanplakbiljetten van zijn optreden hingen. Dat moest ik zien. Het was de toen nog jonge Jacques Loussier, die samen met bassist Pierre Michelot en drummer Christian Garros zijn overweldigende interpretaties van Bach de zaal in slingerde. Zelden zo’n mooi concert en zo’n enthousiast publiek meegemaakt. Vooral hun versie van het ‘Italiaans Concert’ was ronduit verpletterend. Niet alleen had ik er weer een jazzfavoriet bij, hij heeft mij ook een levenslange voorliefde voor de muziek van Bach aangeleverd. Maar dat is een ander verhaal.
Ab Gellekink





