ENSCHEDE, Jazzpodium de Tor, vrijdagavond 17 april 2026. Concert door het Barend Middelhoff Kwartet met Barend Middelhoff (tenorsaxofoon), Anton Goudsmit (gitaar), Joris Teepe (contrabas) en Joost Kesselaar (drums). Programma: “Oude Liefde Roest Niet”
Toen tenorsaxofonist Barend Middelhoff in 1998 van Amsterdam naar Parijs vertrok kwam er een einde aan de samenwerking met de diverse groepen waarvan hij deel uit maakte zoals The Houdini’s, het Trio Engels/Middelhoff/De Wijs en Corrie en de Grote Brokken. Van Parijs verhuisde hij naar Bologna waar hij nu al sinds twee decennia woont, en lesgeeft aan de jazz-afdeling van het “Conservatorio GB Martini”.
Met zijn eigen Barend Middelhoff Kwartet nam hij een laatste album op in 1997 (‘The River’). Samen met Anton Goudsmit, Joris Teepe en Joost Kesselaar toerden ze in de jaren negentig in Nederland, Europa, maar ook in New York waar het eerste album (‘Soil’) werd opgenomen. Vorig jaar pakten ze de draad weer op met een korte tournee en stonden ze bijvoorbeeld op 17 oktober 2025 in het Muziekhuis in Utrecht. Recensent van dat concert Cyriel Pluimakers constateerde dat de tijd zijn werk heeft gedaan en de muzikanten niet meer zo jong ogen als eind vorige eeuw, maar dat ze sindsdien vele kilometers gemaakt en hun rijpheid is toegenomen.
Dat beloofde veel voor het concert van afgelopen vrijdag in De Tor. Het kwartet trad er al eerder in 1994 en 1997 op. In 2000 was Middelhoff in De Tor met John Engels (drums) en Carlo de Wijs (Hammondorgel) en in 2003 met een internationaal kwintet uit Frankrijk met Matthieu Chazarenc (drums), Diego Imbert (bas), Denis Leloup (trombone), Olivier Ker Ourio (mondharmonica). De laatste keer dat we hem in De Tor zagen was 12 oktober 2012 met Joost Kesselaar en Paul Barner (bas) in een programma rond de muziek van Gershwin. Joost Kesselaar en Anton Goudsmit zagen wel al regelmatig (meer dan twintig keer) optreden in De Tor, Joris Teepe tot 2014 (meer dan tien keer) ook regelmatig, maar door zijn verblijf in de VS daarna nog maar een keer, in 2023, dat was een gedenkwaardig optreden met John Engels (drums) en Benjamin Herman (altsax).
Het optreden van afgelopen vrijdag was gevarieerd. De eerste set begon met Unison Party van Barend Middelhoff zelf. Het nummer zette meteen de hoge maatstaf voor de kwaliteit van het optreden. Het was ‘echte jazz’ met mooi samenspel en een evenwichtige sound, waar de klasse vanaf droop. De hoofdmoot was voor Barend, maar de overige muzikanten kregen ook voldoende ruime voor hun eigen inbreng. Garota do Sul (Girl from the South) was een nummer van Joris Teepe met een relaxte Braziliaanse sound, de rustige standard Autumn in New York van Vernon Duke bevatte een mooie solo van Anton Goudsmit. Weer dynamischer was het door de in 2020 overleden saxofonist Steve Grossman – Barend Middelhoff werkte met hem samen in Bologna- geschreven Extemporaneous. Het laatste nummer van de eerste set was het evenwichtige Stars on Friday van Middelhoff zelf.
De tweede set werd gestart en afgesloten met nummers – als vanouds wilde hij weten of het publiek het nog naar zijn zin had- van Anton Goudsmit: Paleis de Nola en The Baron’s. Nummers van Middelhoff waren Fair Play, een rustiger nummer waarin eerst Anton en daarna Barend zich helemaal konden uitleven, en Cause of the Sequence, een complexe nieuwe compositie, die tweemaal opnieuw werd ingezet om het tempo exact goed te krijgen. Daarna volgde weer een standard uit het American Songbook Namely You, en de toegift was Crazeology van Benny Harris, een snel nummer, voor het eerst opgenomen in 1946 en later gecoverd (in 1956) door Hank Mobley.
Voor de echte jazzliefhebber was het genieten afgelopen vrijdag. Ik zou het optreden typeren met de beroemde slogan uit de Grolsch-reclame van vroeger: vakmanschap is meesterschap. In haar nieuwe reclamecampagne (zie Dagblad Tubantia van 16 april) gaat ook Grolsch weer terug naar de oude waarden (authenticiteit en karakter), inclusief het karakteristieke geluid van de ‘plop’ van de beugelfles. De opkomst was afgelopen vrijdag enigszins teleurstellend, maar net zoals de echte bierkenners trouw blijven aan het Twentse merk Grolsch, wisten de echte jazzkenners vrijdagavond hun weg wel te vinden naar het Barend Middelhoff Kwartet
ENSCHEDE, Jazzpodium de Tor, vrijdagavond 13 maart 2026. Concert door het Maarten Hogenhuis Trio met Maarten Hogenhuis (altsaxofoon + elektronische effecten), Phil Donkin (contrabas) en Mark Schilders (drums). Programma: herinterpretaties van songs van Cole Porter + nieuw werk van Maarten Hogenhuis.
Maarten Hogenhuis behoort met namen als Reiner Baas, Ben van Gelder, Morris Kliphuis en Joris Roelofs tot de nieuwere generatie musici die de afgelopen 15 jaar haar stempel op de Nederlands jazz heeft gedrukt. Ik zou hem willen omschrijven als een veelzijdige vernieuwer.
Hij speelt in verschillende groepen: de ‘powerjazzgroep’ Bruut!, het kwintet van Reinier Baas (The More Socially Relevant Jazz Music Ensemble) en Krupa & The Genes (dat is de band rond de drummers Stefan Kruger en Joost Patocka). Ook leidt hij zijn eigen trio – het Maarten Hogenhuis Trio -, waarmee hij put uit eigen werk, de onbekendere standards uit het American Songbook en Nederlandse composities (bijvoorbeeld van Misha Mengelberg). Met Bruut! en Anton Goudsmit verraste hij ons in 2019 met een toegankelijk surfsound-album Go Surfing. In de afgelopen jaren werkte hij veel samen met gitarist Jesse van Ruller, waarin hij meer de diepgang zocht. Hij was een jaar lang de artistiek leider van het Nederlands Jeugd Jazz Orkest (NJJO). Hogenhuis was ook al verschillende malen te bewonderen in Jazzpodium De Tor.
In 2011 was hij de gastmuzikant van de Dual City Concert Band (toen nog onder leiding van Rini Swinkels), in 2013 en 2015 trad hij op met het The More Socially Relevant Jazz Music Ensemble van Reinier Baas, in 2017 gaf hij een energiek optreden met Bruut! (met opvallend veel jonge bezoekers) en in maart 2019 had hij met collega altsaxofonist Benjamin Herman (onder de noemer ‘Alto Madness’) een indrukwekkend aandeel in het afscheidsconcert van Rein de Graaff. In oktober 2019 trad hij op met zijn eigen Maarten Hogenhuis Trio. Volgens recensent Koen Edeling kreeg het trio het Tor-publiek zo stil ‘dat je een speld in de hooiberg kon laten vallen’. Het trio speelde toen vooral eigen werk van de dat jaar verschenen CD Rise & Fall, maar ook een enkel werk van de CD Mimicry uit 2017. Ze sloten het optreden af met Easy to Love van Cole Porter.
Het programma van afgelopen vrijdag stond deels in het teken van het werk van Cole Porter (1891-1964), een Amerikaans componist en songwriter, bekend om zijn spitsvondige teksten met onverwachte wendingen en originele alliteraties (een mooi voorbeeld is: “Lithuanians and Lets do it, let’s do it, let’s fall in love”). Ook was er nieuw werk van Maarten Hogenhuis en een enkel oud nummer (‘Vertigo’) van de CD Mimicry).
Het trio liet zien dat vernieuwing in de jazz niet alleen mogelijk is door het maken van nieuwe muziek, maar ook door het spelen van eigenzinnige herinterpretaties van bestaande stukken. Het openingsnummer was Porter’s Begin the Beguine, maar vooral de klassiekers Night and Day en Love for Sale lieten horen wat de meerwaarde is van de behandeling van die songs door het Maarten Hogenhuis Trio. Door ze als het ware te ‘strippen’ komen ze tot de kern, de essentie van de nummers. Binnen het trio is de inbreng van de drie muzikanten gelijkwaardig, waarbij ze ieder hun eigen accenten kunnen zetten.
Naast het werk van Porter (in januari brachten ze de CD ‘Cole’ uit met zeven van zijn nummers) bracht het trio nieuw werk van Hogenhuis. Opvallend bij de nieuwe nummers was het gebruik (bescheiden, niet opdringerig) van elektronische effecten door Hogenhuis, een resultaat van zijn samenwerking met Jesse van Ruller (hij vertelde hierover in de Podcast van Benjamin Herman). Deze nummers kenden ook een grotere dynamiek, in ‘Goldilocks’ over Trump begon Hogenhuis zelfs te ‘schuren’. Net als in 2019 was Easy to Love (van de CD Rise & Fall) van Cole Porter de afsluiter en opnieuw wist het trio het publiek muisstil te krijgen, zodat je in de Tor (eerder een herberg dan een hooiberg) een speld horen kon horen vallen. Zou het dezelfde speld zijn als in 2019?

Tor-vrijdag 15 november 2024 op het podium: Raimund Moritz – saxofoon, Joe Dinkelbach – piano, Ruud Ouwehand – bas, Sebastian Netta – drums.
Ver voorbij de aanmoediging ‘Rap op hoes an’ op de Grolsch-gevel langs de E-35 (voor mij zou ‘op hoes opan’ vertrouwder klinken) spookt de uitsmijtende tune nog door mijn hoofd: Mo’ Better Blues. Het was de passende afsluiting van een ontspannen avondje met een kwartet muzikale vrienden uit hun Hilversumse conservatoriumtijd van veertig jaar terug. Voor de gelegenheid geafficheerd als “Old Friendship never dies…”.
Meestal tref je hechter samenspelende formaties, vaak ook met een of meer cd’s op hun naam, op het podium. Met min of meer gearrangeerd repertoire, hoorbaar op elkaar ingespeeld. Deze avond betrof het een viertal ervaren en bedreven muzikanten dat voor de gelegenheid van een korte tour door Duitsland, samenkwam. De aftrap in de Tor, bedongen door de bassist van dienst.
Een play list afgesproken, instrumenten opgesteld, gauw nog wat eten en daar gingen ze.
Thema, improvisaties – bij voorkeur van allen – thema en op naar het volgende nummer. Dat klinkt misschien wat plat en simpel, maar het resultaat was zeker ontspannen en toegankelijk.

Om te beginnen de zo soepel spelende ritmesectie met de vette en stuwende bas van Ruud Ouwehand en het vrolijke attente spel van slagwerker Sebastian Netta. De kwalificatie vrolijk kan overigens ook zijn ingegeven door zijn verschijning: hij had zichtbaar zo veel plezier in zijn werk. Op een soort camping-drumstel, kennelijk uitgevoerd om veel mee op reis te zijn. Maar het klonk prima, de toms en zelfs die wel heel smalle base drum, die deden niet onder voor veel dikkere broers.
Op piano de veelzijdige Joe Dinkelbach, die met zicht- en hoorbaar gemak door het meer toegankelijke piano-idioom heen speelde. Niet ingewikkeld, wel vaardig, swingend, funky, noem maar op. Kortom, gewoon lekker.
Ook tenorist Raimund Moritz wist raad op zijn instrument. Goed te volgen improvisaties, soms even zoekend hoe het in dit nummer ook weer zat, maar bovenal verzorgd en gevarieerd spelend. Daar kom je luisterend de avond goed mee door.
Voor de pauze vijf stukken, te beginnen met een up-tempo South of the border. Vanaf nummertje twee, Adderleys Wabash, hadden ze de groove echt te pakken. Met weer zo’n leuke citaten-solo van de bassist: tel de verschillende thema’s die je terughoort. Als nummer drie een Moritz-compositie Bird’s Waltz, en vervolgens twee standards, Chelsey Bridge met een mooie verstilde pianosolo en tot slot voor de pauze een zeer relaxt uitgevoerde Midnight Voyage.
De tweede helft ook weer vijf stukken, meer funky, achtsten-tempi, vrolijke boel. Met weer eigen werk van Moritz (Where it belongs) en nu ook van de drummer, Big Smile – hoe toepasselijk!
Petersons Hyme to Freedom was een duidelijke feature voor de pianist. Het clubje moest hier z’n weg wat in vinden en het ging wat moeizaam er een helder slot aan te breien. Was dat erg? Nee, integendeel; het was spontaan muziekmaken en samen in deze combinatie zoeken naar de meest passende interpretatie. Waardering alom. Zo ook voor het laatste nummer, Fast Lane, in up-tempo en een enthousiast meeklappend gehoor. Een paar stukjes terugluisterend deed me de sfeer denken aan wat je op de live-lp’s van Cannonball hoort, er een lekker luisterfeestje van maken.
De toegift moest ter plekke gekozen worden. Even de koppen bij elkaar, zacht voorzingend om welk nummer het zou moeten gaan, het werd, als al aangegeven, Mo’ Better Blues, een aanstekelijk thema’tje uit de gelijknamige speelfilm, funky, gospelelementen, uiteindelijk spontaan opgaand in Mercy, mercy, mercy.
Kortom, een ontspannen avondje jazzimprovisatie. Zo kun je het weekend in!
PS
Mo’ Better Blues naderhand op YouTube terugzoekend viel mijn oog ook op een 10 minuten filmpje van Nina Simone met David Bowie en Janis Joplin. Laatstgenoemden komen er geheel niet op voor, maar wel een schitterende ballad van Simone. Ook een aanrader!