ENSCHEDE, Jazzpodium de Tor, vrijdagavond 13 maart 2026. Concert door het Maarten Hogenhuis Trio met Maarten Hogenhuis (altsaxofoon + elektronische effecten), Phil Donkin (contrabas) en Mark Schilders (drums). Programma: herinterpretaties van songs van Cole Porter + nieuw werk van Maarten Hogenhuis.

Maarten Hogenhuis behoort met namen als Reiner Baas, Ben van Gelder, Morris Kliphuis en Joris Roelofs tot de nieuwere generatie musici die de afgelopen 15 jaar haar stempel op de Nederlands jazz heeft gedrukt. Ik zou hem willen omschrijven als een veelzijdige vernieuwer.
Hij speelt in verschillende groepen: de ‘powerjazzgroep’ Bruut!, het kwintet van Reinier Baas (The More Socially Relevant Jazz Music Ensemble) en Krupa & The Genes (dat is de band rond de drummers Stefan Kruger en Joost Patocka). Ook leidt hij zijn eigen trio – het Maarten Hogenhuis Trio -, waarmee hij put uit eigen werk, de onbekendere standards uit het American Songbook en Nederlandse composities (bijvoorbeeld van Misha Mengelberg). Met Bruut! en Anton Goudsmit verraste hij ons in 2019 met een toegankelijk surfsound-album Go Surfing. In de afgelopen jaren werkte hij veel samen met gitarist Jesse van Ruller, waarin hij meer de diepgang zocht. Hij was een jaar lang de artistiek leider van het Nederlands Jeugd Jazz Orkest (NJJO). Hogenhuis was ook al verschillende malen te bewonderen in Jazzpodium De Tor.

In 2011 was hij de gastmuzikant van de Dual City Concert Band (toen nog onder leiding van Rini Swinkels), in 2013 en 2015 trad hij op met het The More Socially Relevant Jazz Music Ensemble van Reinier Baas, in 2017 gaf hij een energiek optreden met Bruut! (met opvallend veel jonge bezoekers) en in maart 2019 had hij met collega altsaxofonist Benjamin Herman (onder de noemer ‘Alto Madness’) een indrukwekkend aandeel in het afscheidsconcert van Rein de Graaff. In oktober 2019 trad hij op met zijn eigen Maarten Hogenhuis Trio. Volgens recensent Koen Edeling kreeg het trio het Tor-publiek zo stil ‘dat je een speld in de hooiberg kon laten vallen’. Het trio speelde toen vooral eigen werk van de dat jaar verschenen CD Rise & Fall, maar ook een enkel werk van de CD Mimicry uit 2017. Ze sloten het optreden af met Easy to Love van Cole Porter.

Het programma van afgelopen vrijdag stond deels in het teken van het werk van Cole Porter (1891-1964), een Amerikaans componist en songwriter, bekend om zijn spitsvondige teksten met onverwachte wendingen en originele alliteraties (een mooi voorbeeld is: “Lithuanians and Lets do it, let’s do it, let’s fall in love”). Ook was er nieuw werk van Maarten Hogenhuis en een enkel oud nummer (‘Vertigo’) van de CD Mimicry).

Het trio liet zien dat vernieuwing in de jazz niet alleen mogelijk is door het maken van nieuwe muziek, maar ook door het spelen van eigenzinnige herinterpretaties van bestaande stukken. Het openingsnummer was Porter’s Begin the Beguine, maar vooral de klassiekers Night and Day en Love for Sale lieten horen wat de meerwaarde is van de behandeling van die songs door het Maarten Hogenhuis Trio. Door ze als het ware te ‘strippen’ komen ze tot de kern, de essentie van de nummers. Binnen het trio is de inbreng van de drie muzikanten gelijkwaardig, waarbij ze ieder hun eigen accenten kunnen zetten.

Naast het werk van Porter (in januari brachten ze de CD ‘Cole’ uit met zeven van zijn nummers) bracht het trio nieuw werk van Hogenhuis. Opvallend bij de nieuwe nummers was het gebruik (bescheiden, niet opdringerig) van elektronische effecten door Hogenhuis, een resultaat van zijn samenwerking met Jesse van Ruller (hij vertelde hierover in de Podcast van Benjamin Herman). Deze nummers kenden ook een grotere dynamiek, in ‘Goldilocks’ over Trump begon Hogenhuis zelfs te ‘schuren’. Net als in 2019 was Easy to Love (van de CD Rise & Fall) van Cole Porter de afsluiter en opnieuw wist het trio het publiek muisstil te krijgen, zodat je in de Tor (eerder een herberg dan een hooiberg) een speld horen kon horen vallen. Zou het dezelfde speld zijn als in 2019?