Op deze avond was er sprake van een dubbele opstelling. “Overdwars” zou pas na de pauze aan de orde zijn, er werd “frontaal” begonnen, echter zonder podium. Dat maakte de bewegingsvrijheid voor het optredende North Sea String Quartet en de mogelijkheid de meegenomen requisieten te verplaatsen groter.
Opvallend was het geheel ontbreken van bladmuziek. Ook de uitvoering was opmerkelijk: alle vier muzikanten waren gehuld in een witte labjas. De violen werden meer dan eens bespeeld als gitaren en zowel het hout als diverse lichaamsdelen werden benut als percussieinstrument. Voeg daarbij diverse gezongen passages en een compleet arsenaal aan preparaten, zoals haarclips, alufolie, saxofoonrieten, oorbellen, elastieken en wasknijpers en duidelijk moge zijn: dit concert had alles weg van een heuse performance. De meest fantasierijke klanken werden dientengevolge ontlokte aan de vier instrumenten en dan heb ik het nog niet over de pedaal, waarmee een beat werd ge”tapt”.
Dit kwartet was klassiek geschoold, maar (lees verder:)





