Op de tweede CD van de Rotterdamse band The Kik staat het prachtige nummer Schilderstraat. Het gaat over de Rotterdamse muzikant (zanger, accordeonist, saxofonist, componist en tekstschrijver) Jaap Valkhoff. Hij is bekend van nummers als ‘Diep in mijn hart’, maar hij was ook een pionier van de Nederlandse jazz, en bleef in de oorlogsjaren doorspelen. Het nummer bevat de strofe “bij elk publiek had hij succes, maar niet bij de Duitsers want die hielden niet van jazz.” Dat de nazi’s niet van jazz hielden is algemeen bekend, maar ook in Duitse linkse intellectuele kringen werd jazz tot na de Tweede Wereldoorlog gezien als volksvermaak van een laag cultureel niveau.

Theodor Adorno, een belangrijke voorman van de Frankfurter Schule en musicoloog, schreef in zijn essay ‘On Jazz’ uit 1936 dat jazz de vervreemding niet overstijgt, maar juist versterkt en een waar is in de strikte zin. Tegelijkertijd gaf het volgens hem een vals gevoel van terugkeer naar de natuur, terwijl jazz in feite volledig een product van maatschappelijke makelij was. Verder was jazz pseudo-democratisch, omdat collectieve fantasie in plaats van het individuele kwam. Bovendien werd de ideologische functie ervan bevestigd in de mythe van de neger-oorsprong. Adorno spreidde, door neer te kijken op de zwarte bijdrage aan de jazz, een typisch etnocentrisme ten toon. Hij had iets provinciaals, wat het duidelijkst naar voren kwam in zijn gebrek aan belangstelling voor niet-westerse muzikale vormen. Ook vanuit een louter muzikaal oogpunt was jazz volgens Adorno volledig failliet. De maat en syncopering van jazz werden afgeleid van de militaire mars, wat een impliciete relatie met autoritarisme suggereerde, ondanks het feit dat jazz onder de nazi’s verboden was (Jay, 1973, pp. 221-223).

Toch was er ook in Duitsland al vroeg jazz. Dat blijkt uit een Engelstalig overzicht German Jazz op Wikipedia. Een van de eerste boeken met het woord “jazz” in de titel is afkomstig uit Duitsland. In zijn boek Jazz: Eine Musikalische Zeitfrage uit 1927 koppelt Paul Bernhard de term jazz aan een specifieke dans. In 1925 domineerde de Charleston de danszalen. Ondanks de hevige kritiek startte Bernhard Sekles in 1928 de eerste academische jazzopleidingen ter wereld aan het conservatorium in Frankfurt – de eerste cursussen in de Verenigde Staten begonnen halverwege de jaren veertig. De directeur van de jazzafdeling was Mátyás Seiber. De jazzopleidingen werden in 1933 door de nazi’s gesloten. De eerste massaal geproduceerde jazzplaten verschenen in 1917 in de Verenigde Staten. In januari 1920 werd “Tiger Rag” al op de markt gebracht door een Duitse platenmaatschappij. Begin jaren twintig maakte klarinettist en saxofonist Eric Borchard (1886-1934) al opnames in Duitsland. Ook de radio speelde een rol in de jazz. In 1926 begon de radio regelmatig jazzmuziek uit te zenden, en in de loop der tijd, rond 1930, werden artiesten als Louis Armstrong, Duke Ellington, de band van Paul Godwin, Red Nichols en Peter Kreuder populair bij het Duitse publiek. De luisteraars hadden een bijzondere voorkeur voor Amerikaanse zwarte muzikanten zoals Armstrong en Ellington, in plaats van hun eigen Duitse jazzmuzikanten. Ondanks de liberale opvattingen van de Weimarrepubliek was de houding ten opzichte van zwarte mensen, waaronder Afro-Amerikanen, ambivalent; er was een gebrek aan zwarte jazzmusici in Duitsland. Ongeacht hun sociale positie, was het diepgewortelde en geïnstitutionaliseerde racisme in de Duitse samenleving niet tolerant ten opzichte van zwarte mensen.

In de jaren dertig begon de jazz in verval te raken en kreeg de jazz het moeilijk. De associatie van jazz met de onderdrukte minderheden en paria’s van de Duitse samenleving – de zwarten en Joden – maakte het genre verdacht. Tot 1935 hoopte Joseph Goebbels, de Rijksminister van Publieke Voorlichting en Propaganda, het publiek te overtuigen via anti-jazzpropaganda in plaats van jazz te verbieden. Jazz werd echter in 1935 verboden en de naziregering stond Duitse muzikanten van Joodse afkomst niet langer toe op te treden. De Weintraub Syncopators – waarvan de meeste leden Joods waren – werden gedwongen in ballingschap te gaan. Ze werkten gedurende een groot deel van de jaren dertig in het buitenland en toerden door Europa, Azië en het Midden-Oosten voordat ze zich in 1937 in Australië vestigden. Zelfs mensen met slechts één Joodse grootouder, zoals de swingtrompettist Hans Berry, werden gedwongen in het geheim te spelen of in het buitenland te werken (in België, Nederland of Zwitserland). In de naoorlogse periode, na bijna twintig jaar isolatie, toonden veel muziekliefhebbers en muzikanten grote belangstelling voor de jazzstromingen die ze hadden gemist. Jazz gaf jongeren zelfs hoop op een wederopbouw van het land. In jazzclubs draaiden jazzliefhebbers belangrijke platen, nog voordat ze concerten konden organiseren. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd jazz via de sterke banden met Engeland en Frankrijk naar Duitsland geïmporteerd, waardoor er, met name in de Amerikaanse bezettingszone, een eigen naoorlogse jazzscene ontstond. Ironisch genoeg hoorden veel Duitse krijgsgevangenen jazz voor het eerst in de Franse kampen, waarna de geallieerde bezettingsmacht die platen en bladmuziek in het land introduceerde. Berlijn, Bremen en Frankfurt werden jazzcentra. Jonge Duitse muzikanten (zoals de jazzviolist Helmut Zacharias) konden optreden voor een groter publiek in Amerikaanse GI-clubs. Bekende namen in de Duitse Jazzscene vanaf 1950 zijn Erwin Lehn en Kurt Edelhagen, oprichters van gerenommeerde bigbands, pianiste Jutta Hipp, altsaxofonist Emil Mangelsdorff, bassist Eberhard Weber, vibrafonist Gunter Hampel, trompettist Manfred Schoof, tenorsaxofonist Peter Brötzmann, bandleider en multi-instrumentalist Alfred Jarth, klarinettist Theo Jörgensmann, organiste Barbara Dennerlein, gitarist Torsten de Winkel, en trombonist en bandleider Peter Herbolzheimer. De bekendste naam, ook internationaal, in de Duitse jazzscene op dit moment is waarschijnlijk trompettist Till Brönner. In 2016 werd hij door Barack Obama uitgenodigd in het Witte Huis om als enige jazzartiest uit het Duitstalige gebied samen met 45 collega’s de International Jazz Day (30 april) van de UNESCO met een concert te vieren.

Kruisbestuiving tussen Nederland en Duitsland vindt plaats doordat Nederlandse jazzmusici werken en optreden in Duitsland. Een bekend voorbeeld is Ack van Rooyen (1930-2021). In 1960 werd hij trompettist bij de SFB-bigband in Berlijn en daarna de SWR-bigband in Stuttgart. In die periode gaf hij les aan muziekscholen in die stad. Bekend werd Van Rooyen als solist tijdens de concerten en plaatopnamen van het orkest van Bert Kaempfert. Ook speelde hij voor Peter Herbolzheimers bigband Rhythm Combination & Brass. In 1980 keerde hij als docent terug naar het Haags Conservatorium. Zijn broer Jerry van Rooyen (1928-2009) was vanaf 1965 leider van de SFB-bigband in Berlijn en tussen 1985 en 1995 leider van de WDR-bigband in Keulen. Hij schreef honderden arrangementen en composities voor deze bigbands. In 1972 was hij een van de drie componisten van de openingsmuziek van de Olympische Spelen in München. De WDR-bigband is een van de beste bigbands in Europa; op dit moment spelen er vier Nederlanders in deze bigband: Wim Both (trompet), Ruud Breuls (trompet), Rob Bruynen (trompet) en Hans Dekker (drums). Zangeres Greetje Kauffeld (1939) was in Duitsland vooral bekend als schlagerzangeres. Vanaf 1964 woonde ze ook een poosje in Duitsland waar ze veel optrad in tv- en radioshows van de Süddeutscher Rundfunk. Schlagercomponist Heinz Gietz schreef enkele liedjes voor haar en ze trad op met onder meer Paul Kuhn. Intensieve relaties met hun Duitse collega’s werden ook onderhouden door de Nijmeegse drummer Pierre Courbois en de Enschedese toetsenist Jasper van ’t Hof. Vanaf 1964 speelde Pierre Courbois met Manfred Schoof, Alexander von Schlippenbach en Buschi Niebergall in het Heartplants Quintet van de saxofonist en vibrafonist Gunter Hampel. Mede dankzij dit kwintet, dat midden jaren zestig door heel de wereld trok, werd Courbois bekend binnen de jazzwereld. Samen met pianist Jasper van ’t Hof richtte hij eind 1969 het ensemble Association P.C. op, met de Duitse gitarist Toto Blanke (gitaar) en basgitaristen Sigi Busch of Peter Krijnen. Hiermee toerde hij gedurende de jaren zeventig ook weer in de hele wereld. Van ’t Hof speelde eind jaren zeventig in het kwintet van de Duitse trompettist Manfred Schoof – ze deden in 1976 een grote Aziatische tour – met Michel Pilz (klarinet), Eberhard Weber (bas) en Ralph Hubner (drums). Hij had Schoof al leren kennen tijdens de diens workshops in Remscheid eind jaren zestig waar hij als jonge pianist de eerste kneepjes van het vak bij hem leerde (Riesewijk, 2017, pp. 38-40).

Omgekeerd wisten en weten veel Duitse jazzmusici de weg naar Nederland te vonden. De kroniek van Jazzpodium De Tor is bij uitstek geschikt om daar enig zicht op te krijgen. Zonder enige volledigheid te pretenderen, noem ik een aantal voorbeelden. Ulli Wentzlaff-Eggebert is een bekende verschijning in Jazzpodium de Tor. Zijn bas-bijdragen aan de Dual City Concert Band, Borboleta music, het trio Robinson, Freitag and Caruso en talloze andere combinaties (waaronder het kwintet Mosquito) zijn altijd van hoogstaand en swingend niveau. Zijn eerste optreden in De Tor was op 13 januari 2006 in de Young Vips-tour met de Nederlandse pianist Christoph Mac-Carty en Duitse drummer Yonga Sun. Yonga maakte al in november 2005 zijn debuut in de Tor in het kwartet van Robert Jan Vermeulen en Frans Vermeerssen. De Duitse pianist Sebastian Altekamp speelde al in mei 1992 in de Tor bij het Twentse Saxofoon Treffen. Het was ook zijn eerste optreden met bassist Ruud Ouwehand, er zouden er nog vele volgen. In 2025 zelfs twee keer: in mei bij de presentatie van hun gezamenlijke LP en in juni bij de Jazz Jumelage op het Landgoed Algoed in het kader van 1250 jaar Westfalen. Organisator van die Jazz Jumelage was drummer Sebastian Netta. Zijn historie in De Tor is betrekkelijk recent. In maart 2023 speelde hij er voor het eerst met bassist Jeroen Vierdag in het trio van pianist Mike del Ferro het programma ‘Opera meets Jazz’. Een andere Duitse inbreng op de Jazz Jumelage van 2025 werd verzorgd door zangeres Romy Camerun. In oktober 2006 was ze al met Peter Nieuwerf (gitaar) en Philip Pumplün (drums) te gast bij Ruud Ouwehand, in oktober 2009 met opnieuw Peter Nieuwerf en in oktober 2018 met Sebastian Altekamp. Ulli Wentzlaff-Eggebert, Sebastian Altekamp en Yonga Sun zijn in ons land ook als docent actief, en Ruud Ouwehand was jarenlang docent in Bremen. Een belangrijke link met Duitsland voor Nederlandse jazzmusici zijn ook de Duitse platenstudio’s, in 2025 nog de CD ‘Salud’ van Ewout Dercksen met de Dual City Concert Band opgenomen in Osnabrück.

Het meest expliciet wordt de kruisbestuiving tussen de Nederlandse en Duitse jazz belichaamt door de Duitse tenorsaxofonist Paul Heller, zeker niet alleen door zijn huwelijk met de Nederlandse zangeres Fay Claassen. Ik zag Paul Heller voor het eerst op woensdag 5 oktober 2016 in Theater Bouwkunde in Deventer als gast van het Millennium Jazz Orchestra (MJO) van Joan Reinders. Natuurlijk speelde hij toen ook zijn swingende compositie Chatterbox, dat ook op de CD ‘Nasty Bugs’ uit 2006 staat van de Dual City Concert Band. Het MJO had en heeft meerdere Duitse connecties. Tenorsaxofonist Volker Winck speelde enkele jaren in het MJO, speciaal voor hem schreef Joan Reinders de compositie V.W. (te vinden op de CD ‘Safety Zone’ uit 2014). Ook pianist Dirk Balthaus, drummer Felix Schlarmann en de gebroeders Sperzel uit Schlüchtern (in Hessen) – Gregor op trombone en Florian op trompet en flugelhorn – maken deel uit van het MJO.

Ack van Rooyen en Paul Heller

Ik noem drie bijzondere vormen van samenwerking van Paul Heller (ook lid van de gerenommeerde WDR-bigband) met Nederlandse jazzmusici. De eerste is de CD ‘Trio’ die hij in 2015 maakte met Ruud Ouwehand en drummer John Engels. De tweede is de CD die hij met Ack van Rooyen opnam ter ere van diens 90-jarige verjaardag in 2020. Deze CD kwam uit in 2021 en was een mooie Nederlands-Duitse coproductie met, naast Paul en Ack, Hubert Nuss op piano, Peter Tiehuis op gitaar, Ingmar Heller op bas en Hans Dekker op drums. De derde is de CD ‘United’ (genoemd naar een nummer van Paul Heller) van de bigband Dutch Jazz Collective uit Rotterdam (met ook weer Gregor Sperzel op de trombone), in juni 2025 opgenomen in Lantaren Venster, met als dirigent Nils van Haften. Paul Heller en de Nederlandse trombonist Ilja Reijngoud waren meer dan gasten op deze CD. Ze namen ieder de helft van de composities voor hun rekening.

Kortom: dat de Duitsers niet van jazz hielden, gold voor het verleden, maar nu lusten ze er wel pap van. Zelfs met de Frankfurter Schule kwam het nog goed. Haar bekendste vertegenwoordiger vanaf de zestiger jaren Jürgen Habermas heeft zelf geen specifieke werken over jazzmuziek geschreven, hij staat bekend om zijn theorie van het communicatieve handelen en deliberatieve democratie. Maar zijn theorieën worden in de academische literatuur wel vaak toegepast op jazz, met name als een metafoor of analogie voor democratische processen en sociale interactie. Jazz wordt daarin gezien als een vorm van communicatieve actie, waarbij de muzikanten via muzikale “argumenten” (noten, ritmes) een gezamenlijk doel bereiken, ondanks de onvoorspelbaarheid van de performance. De belangrijkste woordvoerder van de Frankfurter Schule op dit moment Hartmut Rosa (2016), geeft de muziek een centrale plaats in de resonantiesfeer van kunst, natuur en religie. In tegenstelling tot veel eerdere sociologen binnen de kritische traditie maakt hij geen onderscheid tussen klassieke muziek en andere genres. Voor Rosa zijn alle genres even belangrijk voor het creëren van een innerlijke resonantie.

Literatuur

  • Jay, Martin (1973). De dialectische verbeelding: Een geschiedenis van de Frankfurter Schule en het Institut für Sozialforschung. AMBO Basisboeken.
  • Riesewijk, Hans (2017). Jasper van ’t Hof: Een romanticus uit notenhout gesneden. Uitgeverij Schallinck.
  • Rosa, Hartmut (2016). Leven in tijden van versnelling: Een pleidooi voor resonantie. Boom.
  • Wikipedia, German Jazz: German jazz – Wikipedia
  • Wikipedia, Till Brönner: Till Brönner – Wikipedia