ENSCHEDE, Jazzpodium de Tor, vrijdagavond. Concert door Mosquito. Bezetting: Arjan Stam – trompet, Ewout Dercksen – tenor saxofoon, Pieter van Santen – piano, Uli Wentzlaff-Eggebert – bas, Erik Poorterman – drums. Programma: Blakeyish – standards & eigen composities in stijl van Art Blakey.
Het jazzkwintet Mosquito steekt de muziek van de legendarische jazzdrummer Art Blakey in een nieuw jasje op hun debuutalbum Blakeyish. Het album werd vrijdagavond voor de tweede keer ten gehore gebracht en bevat composities geïnspireerd op de stijl van de energieke drummer Blakey.
De avond wordt vrolijk geopend met het nummer ‘Reflections in Blue’. In dit lekkere swingende nummer krijgen we een muzikaal voorstelrondje te horen waarin verschillende muzikanten de kans krijgen om te improviseren. Trompettist Arjan Stam trapt af met een elegante solo, daarna laat saxofonist Ewout Dercksen zijn snelle loopjes horen. Pieter van Santen improviseert en begeleidt zichzelf tegelijkertijd mooi. Bassist Uli Wentzlaff-Eggebert laat in zijn solo de hoge tonen van de bas fraai naar voren komen.
Daaropvolgend komt het hele album ‘Blakeyish’ aan bod. Het eerste nummer ‘A Wheel within a wheel’ is een cover van een compositie van saxofonist Bobby Watson. De relaxte sfeer van dit nummer wordt aangevuld met verschillende solo’s. De solo van Stam op zijn bugel begint zacht en warm. Later in zijn improvisatie komen de snellere melodieën naar voren, waar Dercksen goed op aansluit. Hij combineert lange tonen met snelle loopjes in zijn solo. Van Santen begint zijn solo rustig en bouwt op naar het einde. Erik Poorterman pakt ook een solo en laat verschillende ritmes horen.
Het volgende nummer is een compositie van Van Santen. De track begint met een intro van Poorterman. Later volgen solo’s van Van Santen, Wentzlaff-Eggebert en Dercksen. In deze improvisaties laten de solist en de ritmesectie steeds samenspel van niveau horen.
Daarna volgt ‘Lost Ground’, geschreven door Wentzlaff-Eggebert. Deze ballad gaat over het gevoel dat veel muzikanten de afgelopen jaren zullen hebben herkend. De grond verdwijnt onder je voeten vandaan en houvast is ver te zoeken. De intro is voor Van Santen. Een gevoelig pianospel wordt gevolgd door warme klanken van Stam op bugel en zachte brushes van Poorteman. Wentzlaff-Eggebert schittert in zijn bassolo. Dercksen, Stam en Van Santen hebben een korte improvisatie en het nummer wordt afgesloten met een fill van Wentzlaff-Eggebert.
In het energieke nummer ‘A Jazz Message’, een compositie van Van Santen, heeft de piano een belangrijke rol. Het nummer begint met een pianomelodie, waarna Stam en Dercksen verder invullen. Van Santen pakt zijn moment in zijn technisch sterke solo. Dercksen volgt met een juist zeer melodische solo. Wentzlaff-Eggebert speelt ook een solo en Poorterman sluit dit fijne nummer af.
Na de pauze wordt het nummer ‘Come Rain or Come Shine’ gespeeld. Deze standard, die ook is opgenomen door Blakey & the Jazz Messengers, geeft een chill gevoel. De solo van Stam op bugel past goed in deze sfeer. Van Santen neemt de solo over en samen met Wentzlaff-Eggebert speelt hij het nummer uit.
Het nummer daarna, ‘So Tired’, blijkt het hoogtepunt van de avond. Het up tempo nummer heeft een lekkere latin sfeer. Stam begint de solo’s en Dercksen volgt al snel. Wentzlaff-Eggebert en Poorterman doen daarna een zogeheten 4 om 4: Wentzlaff-Eggebert begint met 4 maten improvisatie, waarna Poorterman volgt met 4 maten. Dit patroon herhaalt zich dan weer en zo zorgen ze samen voor een topsolo. Op een gegeven moment gebruikt Wentzlaff-Eggebert zijn bas zelfs als percussie-instrument, door er zacht op te slaan als een soort trommel. Ook maakt hij gebruik van een strijkstok, wat niet vaak voorkomt in de jazzmuziek. Even later pakt Wentzlaff-Eggebert zijn moment en gaat door met een fantastische improvisatie.
Met de uitgerekte toegift ‘Blues March’, een van de bekendste nummers van Blakey, blijkt aan het eind van deze topavond dat de energie nog lang niet op is, zowel bij Mosquito als bij het publiek!
Zoals altijd was het op 14 oktober weer een feestje in de Tor. Deze keer zelfs een heel bijzonder trombonefeestje! Na jarenlang vaste trombonist bij het Metropole Orkest te zijn, zorgde Paul Woesthuis met zijn eigen collectief voor een speciale vrijdagavond. Het voor deze avond samengestelde Paul Woesthuis Collectief bestond uit 5 trombones, een ritmesectie en een zangeres; een lang gekoesterde droom van bandleider Woesthuis. Het werd een mooie avond vol jazz klassiekers, afgewisseld met een wals voor de ritmesectie en een gevoelig solonummer van Woesthuis zelf.
Paul Woesthuis trapte de avond af met een lekkere improvisatie in het nummer ‘Our Delight’. In het nummer ‘Cherokee’ pakte de bastrombonist Bauke Alma zijn tuba erbij en zorgde voor een mooie warme ondertoon, waarbij Bert Pfeifer een speelse solo toevoegde die flink de hoogte inging met een geweldig uitgesponnen einde.
Tijdens het volgende nummer ‘I Will Wait For You’ kwam Caroline Goudswaard erbij om het klassieke nummer te voorzien van een echte jazzstem. De zangeres maakte weliswaar een foutje bij haar eerste inzet, maar dat werd soepel opgevangen en daarna werd het nummer swingend uitgespeeld.
Even later op de avond was er een fantastisch fraaie wals van de ritmesectie, ingeleid door prachtige gitaarlijnen van Mark Weber. Nadat de gitaar, de piano en de bas helemaal hun gang konden gaan, deed invaller Jan ter Maat op drums een ‘4 om 4’ met gitaar en piano.
Na een feature voor gitarist Weber in de klassieker ‘Bernie’s Tune’ met een humoristische twist aan het eind was het alweer tijd voor de pauze.
Na de pauze werd het nummer ‘My Funny Valentine’ in een arrangement van Joan Reinders gedirigeerd door Woesthuis, met een belangrijke rol voor Alma, die met zijn tuba in het begin en eind zorgde voor een warm bed voor de andere muzikanten.
Hierna volgde een solonummer voor Caroline Goudswaard samen met de ritmesectie. Na een speelse improvisatie van de zangeres kwamen Weber, Ouwehand en Altekamp aan bod, die duidelijk aan het genieten waren.
Paul Woesthuis zelf zorgde daarna voor een gevoelige omslag in het repertoire met een lament van J.J. Johnson voor trombone en ritmesectie. De stemmige klanken van Woesthuis werden aangevuld door een prachtig intermezzo van Sebastian Altekamp op piano.
Het laatste nummer was een soort medley van de twee door Woesthuis aan elkaar gearrangeerde klassiekers ‘’s Wonderful’ en ‘They Can’t Take That Away From Me’. Het laatste tutti zorgde voor een spetterend einde. Natuurlijk had het collectief rekening gehouden met een leuke toegift; dezelfde medley, maar dan in een veel sneller tempo. Daarmee kwam een heerlijk feestje eigenlijk te snel ten einde!
ENSCHEDE, Jazzpodium de Tor, vrijdagavond 14 oktober 2022. Concert door Paul Woesthuis Collectief.
Bezetting: Paul Woesthuis, Bert Pfeifer, Henri Gerrits, Gerd Pol, Bauke Alma – trombone, Mark Weber – gitaar, Sebastian Altekamp – piano, Jan ter Maat – drums, Ruud Ouwehand – bas en Caroline Goudswaard – zang. Programma: Een samenstelling van standards en meer.
“O, what a night!” zal menigeen aan het einde van de avond verzucht hebben, want alles klopte weer eens als een bus: samenspel, solistische bijdragen, maar bovenal het geluid, zorgvuldig verzorgd door de wederhelft van de zangeres: de ook al zeer vermaarde Tonnie Telgenhof Oude Koehorst. Op St. Caeciliadag 2019 hadden we hem nog gehoord op dit podium, toen ook al (lees verder”:)
Vorig seizoen kondigde Gerlo Hesselink het al aan: de opvolger van zijn cd “Gardens of Stone”. Een nieuw cd-album, opgedragen aan zijn vijf jaar geleden overleden zoon Jan. De officiële cd-presentatie was vrijdagavond 7 oktober 2022 in Jazzpodium de Tor, hoewel Gerlo heel eerlijk toegaf dat er al meerdere schijfjes in omloop waren. Zo gaat dat nu eenmaal. De eerste echte officiële cd werd uitgereikt aan Joost Jansma, één van de eerste en langstmeewerkende vrijwilligers van De Tor.
De eerste set van dit concert voor een bomvolle Tor zat er toen al bijna op. Gerlo en zijn kwartet (naast hemzelf op sax Dirk Balthaus op piano, Johan Plomp op bas en Joost Kesselaar op drums) speelden een indrukwekkend concert met fraaie versies van stukken van Gerlo zelf en van door hem èn door Jan bewonderde musici als Dirk Balthaus (Vanilla Winter Waves), Pat Metheny (New Year), Dick Oats (de titelsong Meant for You), Kenny Wheeler (For Jan) en Toots Thielemans (Old Friends).
Daarnaast leverden zangeres Fleurike de Geus en pianist Chris Muller een bijzonder indrukwekkende bijdrage aan deze gedenkwaardige avond. Hun compositie ” Song For Jan” was één van de absolute hoogtepunten van dit concert en hun uitvoering van “The Return”, een compositie van Joey Calderazzo met lyrics van Kurt Elling, deed het origineel verbleken.
Bij die eerste officiële cd voor Joost bleef het niet, deze avond. In de pauze en na afloop van het concert wisselden vele zilveren schijfjes van eigenaar. Terecht: “Meant for You” is een prachtige cd vol prachtige composities in prachtige uitvoeringen. Intens, indrukwekkend, oprecht, ontroerend en soms zelf humoristisch. Mooier eerbetoon aan Jan is nauwelijks denkbaar! Een aanrader voor in de schoen of onder de kerstboom…. Te bestellen in de webshop van Gerlo>>
Geïnspireerd door een krantenartikel over zangeres Joni Mitchell ging ik op zoek naar meer jazzstukken dan die welke ik al jaren van haar in m’n platenkast heb. Maar ik raakte verstrikt in een gans ander genre, waarover ik al een jazzlevenlang doorgaans liever het zwijgen toe doe: mijn zwak voor de Dutch Swing College Band. De band van vroeger althans. Gaandeweg heeft dat gezelschap zich ontwikkeld tot een orkest waarvan mijn jazzhart toch minder snel klopt. Zeker, vakmanschap en minstens zo veel ondernemerschap maar veel avontuur zit er voor mij niet aan. Ieder zo z’n voorkeuren.
Tot diep in de jaren ’60 ervoer ik dat anders. Zeker, sinds ik zelf kon kiezen beschouwde ik mijzelf als een geharnast ‘moderne jazzer’. Daarbij hoorde dat je neerkeek op die dixielandmuziek. Ondanks dat dit de voertaal was op dansles en mijn schoolfeestjes. Ja, daar speelde dus de DSC. Zoals ook in mijn stam-etablissement, de Haarlemse Jazzclub. Heb zelfs een aantal keren met die mannen mee mogen drummen. En had ik een paar jaar twee-wekelijks les van DSC-slagwerker Huub Janssen. Wat daar verder van zij, ik was moderne jazzer. In het geheim bleef ik een zwak houden voor die muziek van toen en de verrichtingen van Louis De Lusannet, de gebroeders Kaart, Oscar Klein en een paar meer.
Ik moest nog dieper in de kast toen ik eind jaren ’90 kwam te drummen bij wat ooit New Orleans Seven was. Met mannen als Hans Roty, Herman Spruyt, Peter Dortmond en Sjoerd van Overeem. Fantastische tijd, maar als jazz telde daar alleen “Oude stijl’ en dat was echt heel wat anders dan wat de DSC speelde. Puristen. Voor hen was die dixieland helemaal een zondeval van jewelste. Voor echte jazz moest je terug naar de roots, uit de eerste decennia van de vorige eeuw.
Verleid door deze sweet memories kocht ik vanmiddag bij Apple iTunes iets geheel anders dan naar waar ik op zoek was. Voor welgeteld € 3,99 ‘The very best’ van de DSC uit de periode ’55 – ’60. Veertig van mijn geheime hits. Ook al had ik ze verspreid over meerdere platen en cd’s al heel lang in mijn collectie, en kan je er over twisten of de uitverkoren nummers inderdaad alle tot the very best hoorden, het was me een lust om dit terug te luisteren. Recht voor z’n raap, geheel voorspelbaar, maar wel vakwerk. Zelfs K-stukjes als Marina en Milord heb ik met vertedering zitten terugluisteren.
En intussen snap ik die liefde van toen. Simpel, het swingt!
Als Sony in 1979 met de stereo walkman aan komt zetten veroorzaakt dat positieve opschudding in muzikantenland. Wat een handig ding. Als je opnamen van je orkestje wil maken hoef je niet meer naar een dure studio of te sjouwen met een spoelenrecorder met microfoons. Je pakt het apparaat ter grootte van een beschaafde lunchbox en met één druk op twee knoppen kun je op een cassettebandje opnemen wat je wilt.
Gek om daar in deze tijd op terug te kijken want met je veel kleinere mobieltje maak je tegenwoordig veel betere opnamen. Maar goed. Ik had ook zo’n ding. Ik had niet de aanvechting om mezelf op te nemen. Ik schreef recensies voor Tubantia, daar gebruikte ik het voor. Als ik een concert bijwoonde, dan nam ik het op. Om het tijdens het uittypen van mijn verslag nog in de sfeer te blijven. Opnames zonder bijbedoeling. Ging altijd goed. Tot ik in 1987 in een tent op de Oude Markt bij het eerste Enschedese Jazzfestival zat. Op het podium: Art Blakey and the Jazz Messengers. Of Jazzmennekes, zoals Willy van Diepen altijd zei.
Een van die Jazzmennekes was tenorsaxofonist Javon Jackson. Nu zouden we zeggen: een getinte Amerikaan uit een tot slaaf gemaakte familie. Toen was het nog gewoon een grote neger. Eentje met kwade bedoelingen. Want toen hij tijdens een pianosolo keek wat voor mensen er zoal in het publiek zaten, spotte hij me met mijn opnameapparaatje. Hij keek me dreigend aan terwijl hij zijn hand horizontaal langs zijn keel haalde. Ik snapte wel wat hij bedoelde. Hij moest mijn walkman en ik moest dood. Vanwege plichtsbesef bleef ik tot en met de toegift tussen het publiek, want de lezers van Tubantia mochten niet onder mijn lafheid lijden. Maar tijdens het slotapplaus was ik snel verdwenen. En Jackson heeft ook niet gewacht of er misschien nog een tweede toegift gegeven moest worden. Hij zat achter me aan door Stadsgravenstraat en de Noorderhagen. We renden langs plek waar zo’n 35 jaar later een mooi monument voor Harry Bannink en Willem Wilmink zou verrijzen. Trouwens, die twee leefden toen nog gewoon. Het feit dat ik toen ook door kon gaan met leven, dank ik aan het feit dat ik de stad beter kende dan een doorsnee Amerikaan.
KUNSTGEBIT
Bij het optreden van de legendarische trompettist Chet Baker in de Twentse Schouwburg was zo’n opname maken probleemloos. Alleen maakte ik me aanvankelijk vooral zorgen of het zin had mijn walkman uit mijn tas te halen want Chet was er die avond helemaal niet. In de schouwburg werden de omroepberichten waarmee het publiek gerustgesteld moest worden steeds onheilspellender. Eerst werd meegedeeld dat het concert later zou beginnen. Daarna werd aan de bezoekers een kopje koffie aangeboden. Om 22 uur volgde een ultimatum. Iedereen zou zijn geld terugkrijgen als Chet niet om 22.30 uur binnen was. Vijf minuten voor het verstrijken van de deadline, strompelde de trompettist binnen. Een verzameling botten in een te dun vel. Een soort De Vieze Man van Kees van Kooten, maar dan smerig zonder tussenkomst van grimeur Arjen van der Grijn.
Het concert begon met een paar knorrige stoten op de trompet, waarna de muzikanten doorspeelden en Chet het podium weer verliet. Hij bleef heel lang weg en maakte uiteindelijk de ballad zacht zingend af. Later bleek dat hij in plaats van de vloeistof waarmee hij de ventielen van zijn lang niet gebruikte trompet weer aan de praat had moeten krijgen had verwisseld met de lijm waarmee hij zijn kunstgebit vastplakte.
Het concert duurt lang. Het is voorzichtigheid troef. Drie muzikanten die bang lijken om Chet – die rustig op een stoel voor op het podium zit – aan het schrikken te maken. Chet krijgt langzaam zijn embouchure terug. Af en toe lijkt het ergens op. Maar als ik mijn walkman in mijn tas stop omdat het bandje van 90 minuten vol is, worden in de zaal al weddenschappen afgesloten: welke muzikant zal het eerste op het podium in slaap sukkelen? Of valt de broze Chet zelf misschien om?
In De Tor heerst op dat moment een andere energie. Daar had programmeur Peter Huijts heel listig een bandje neergezet rond de Belgische Jacques Pelzer. Die man was zeer geliefd bij jazzmuzikanten. Niet per se omdat hij aardig saxofoon kon spelen, hij was vermaard om zijn beroep: apotheker. Daar wilde elke jazzmuzikant wel mee bevriend zijn. Dat soort mensen hadden kasten vol verboden middelen. Pelzer was bovendien een van Bakers logeeradressen. En daar had Chet er wel een paar van nodig. Zijn eigen woning in Europa stond op vier wielen heette Alfa Romeo.
Pelzer was om 23.00 uur begonnen. Het concert in de schouwburg zou wel ‘round midnight klaar zijn, was het idee. Dan kon Chet een kwartier na middernacht De Tor binnenlopen om eventueel aan te schuiven bij de Apotheker en zijn mannen. Maar om twee uur ’s nachts was er nog steeds geen Chet te bekennen. En om drie uur ook niet. Om tien voor half vier komt Chet de Tor binnen. De muzikanten spelen inmiddels op hun tandvlees maar Chet pakt zijn trompet. Zet hem aan zijn lippen en blaast de sterren van de hemel. Van uitputting bij de andere muzikanten is ineens geen sprake meer. Van slap gedrag bij Chet ook niet. Hij hoeft geen stoel. Hij staat met losse handen. De muzikanten tillen elkaar op en er ontstaat twintig minuten topjazz. Die ik uiteraard vastleg op mijn Sony Walkman die ik op de bar heb neergezet, ik spoel over de eerdere opname van die avond. Wat een optreden. Iedereen die na afloop ’s nachts het pand verlaat, oogt alsof die alvast een kijkje in de hemel heeft kunnen nemen. Dat cassettebandje van 20 minuten Chet in de Tor vermenigvuldig ik voor de drie Nederlandse muzikanten van dienst: pianist Robert Jan Vermeulen, bassist Tjitze Vogel en drummer Arnoud Gerritse. Onder het motto: jullie zijn onderdeel van de jazzgeschiedenis en dit is het bewijs, stuur ik ze op.
Op vrijdag 13 mei 1988 zou Chet weer in De Tor spelen. Ik zocht hem de avond ervoor al op in de Boerenhofstede te Laren, althans dat was de bedoeling. Daar zou hij samen met de Amerikaanse saxofonist Archie Shepp optreden in Sesjun om het 15-jarig bestaan van dat radioprogramma te vieren. Maar Chet kwam niet opdagen.
Jammer, maar dan was er altijd de dag erop nog. Gewapend met walkman naar De Tor, wie weet kon die eerste tape geëvenaard. Maar bij de ingang deelt Peter Huijts de bezoekers mee dat het concert niet doorgaat omdat Chet zoek is. Later blijkt dat hij na een val uit een hotelraam al de vorige avond al was overleden.
En dan is het 2002. Ik neem nooit meer concerten op. Dozen vol bandjes heb ik weggegooid. En dan krijg ineens een mailtje van het Chet Baker genootschap. Ze hadden ergens opgevangen dat Chet op 3 oktober 1986 opnamen had gemaakt in Enschede. Of ik daar wat van weet. Het bandje dat ik ondanks het ontbreken van afspeelmogelijkheden nooit had weggedaan stuur ik ze op. Niet veel later krijg ik de gedigitaliseerde versie terug in de vorm van twee cd’s.
