|
| |
|
| |
|
|
Coming up…
vrijdag 7 juniSummertime in de Tor
vrijdag 21 juniSummertime in de Tor
vrijdag 28 juniSummertime in de Tor |
Parker 61woensdag 23 mei 2012 – 00:00 uur
Woensdagavond Artez-sessions. Het seizoen afgesloten met gastspelers Ferdinand Povel (ts + p), Ruud Ouwehand (b) en Joost van Schaik (dr)
door Hans Arnoldy Het enige minder bekende liedje van de avond was getiteld Parker 61. De saxofonist voelde zich wat ongemakkelijk want dat stuk had hij - zo zei hij - niet echt in de kop. En de gitarist sprak van onversneden zelfmoord om dit te willen spelen. Een up tempo met leuke dooreengevlochten melodielijnen. En verder met prima collectiefjes voor de sax en de gitaar. Bij die titel zou je denken aan de gelijknamige saxofoonspeler, al haalde hij qua leeftijd maar net iets meer dan de helft. Als je dat getal optelt bij het jaar van zijn overlijden, kom je zo ongeveer uit bij het nu, zou een verbinding kunnen zijn.
Maar Ferdinand Povel verwees bij deze titel naar de vulpen van dat merk. Type 61 had de langste chevron op de clip en was het topmodel van de pennenfabrikant. Hoe dan ook, dit nummer was het avontuur van de avond. Niks geen onbeholpen uitgevoerd thema. Zonder bladmuziek voor de neus uitgevoerd alsof dit clubje het nummer avond aan avond had uitgevoerd.Quad non. Het betrof deze avond een gelegenheidsgezelschap. Met professionals Povel op tenorsaxofoon, Ruud Ouwehand op bas en Joost van Schaik op slagwerk. Zij boden twee Artez-studenten het platform om het woensdagavond session seizoen op bijzondere wijze af te sluiten. Gitarist Diederik Eggenkamp was het die het afgelopen jaar de Artez sessions heeft geleid, zijn opvolger voor komend seizoen is zanger Marijn Ouwehand. Een heel bijzondere manier om die laatste avond te vieren. Want er stond wel wat! Povel, de absolute top van ons saxlandje. De solide beat van bassist Ouwehand en een van de meest muzikale slagwerkers die we kennen: Joost van Schaik. Als je met zo'n gezelschap mag spelen, ja, wat kan er dan nog misgaan? Daarmee doen we de studenten beslist te kort. Gitarist Eggenkamp stond onbewogen zijn soli te spelen; goeie toon en echt denkwerk in zijn improvisaties. Marijn deed twee nummers mee. In het mediumtempo liep het prima, de niet voorbereide toegift was een ballad en dat was wat meer zoeken op het podium. Ferdinand Povel schoof voor de zangnummers achter de vleugel. Duidelijk niet zo tevoren afgesproken, maar het illustreerde het ongedwongen karakter van de avond. Gewoon samen een lekker stuk wegspelen. Bovenal was het een amusant muzikaal avontuur om zo veel routine samen te zien met aankomende talenten. Het leek er alles op dat de mannen er zelf ook veel lol in hadden. Een echte session: lekker samen muziek maken met de volle zaal toeschouwers die jazz in optima forma gepresenteerd kreeg. En van die jonge jongens zullen we zeker nog vaker horen.Toch nog even terug naar de beroeps: wat een toon heeft die Povel! Wat een macht in zijn improvisaties! Hij verschuilt zich niet achter lekker klinkende licks, maar maakt serieus werk van zijn improvisaties. Ook tijdens zo'n informele muziekavond. Ik hoor de saxsound die Coltrane eind jaren '50 ten gehore bracht. Of die wil ik erin horen. Mooi strak en vol zeggingskracht. Maar met elke vergelijking doe je Povel te kort. Hier is iemand aan het werk van de buitencategorie. Van Van Schaik gaan er ook geen twaalf in een dozijn. Een drummer die luistert. A la John Engels, maar dan wat moderner. Jammergenoeg was het vel van zijn snare kennelijk spiksplinternieuw. De brushes klonken daardoor te nadrukkelijk en dan is het moeilijk goed controle te houden. Maar met het resultaat onderstreepte Van Schaik alleen maar zijn vakmanschap. Zijn Sonor-set klonk met stokken trouwens erg puik. Maar ook dat is, wat de bespeler er uiteindelijk zelf uithaalt. Over een collega bestuurslid moet je terughoudend zijn, maar ik zeg het toch maar: een dijk van een basspeler. Dikke vette toon en een dito timing. Als Ruud er voor gaat zitten - en dat doet hij meestal - dan staat er een basis als een huis. En het belangrijkste: hij stuwt en swingt als in de beste jazztraditie. Dat mag toch best wel eens gezegd! Deze avond was een heel mooie toegift op een heel best jazzseizoen. Een tien met een griffel. Uh, met een topvulpen. | |
|
| |